
Bijzondere schrijfmakker,
Als je opnieuw opnieuw mag beginnen, ben je dan niet een gezegend mens!?
Je sluit een eerste periode af. Je hebt ervan geleerd, hoop je.
Niet meer dezelfde valkuilen, niet meer zo onzeker; weten: je mag er heus zijn! Vier het leven, jongen! En geen achteraf gezeur of schuldgevoelens meer. Zorg dat er geen scherven meer zijn, ruim losse eindjes keurig op, repareer met eeuwigdurende lijm de scheuren. En stap moedig een nieuwe fase in, je geluk tegemoet! Ja, dat was dapper gedacht. Best goed gedaan.
Maar je nam jezelf mee. Dezelfde (te) gevoelige persoon, weifelend en twijfelend. Kan ik dit wel, ben ik hier wel op mijn plek. Pretendeer ik niet meer en beter te zijn dan ik ben. In welke werkelijkheid leef ik nu?
En dan blijkt: je verleden blijft altijd een deel van jou. En als je daar niet klaar mee bent, niet in het reine gekomen, dan ettert het door je nieuwe façade heen. Het wordt een groter dan groot geestelijk gezwel.
Dus besluit je om het stap voor stap, met vallen en opstaan te verwerken, dat het deel van jou blijft, maar jou als persoon sterker maakt.
Ondertussen gaat je nieuw leven ook door.
Mooi is dan dat je door dit complexe proces meer inzicht in je zelf krijgt. Ben ik bijvoorbeeld iemand voor een monogame relatie? Mijn hart is groot genoeg voor meer mensen. Laat ik dat toe? Hoe ga ik daar mee om. En die anderen?
Er komt rust.
Ik kan rouwen om geliefden die doodgingen. Maar ook om naasten, die niet meer in mijn leven (willen) zijn.
Ja, er komt ook rust om weer te lezen. Gedichten (ook die van jou) geven inzicht, helpen in te zien en te doorzien.
Rust ook om dát op te schrijven wat me bezig houdt, zodat het me structuur biedt voor een volgende stap, de stap om opnieuw opnieuw te beginnen. Dank dat jij daarin ook inspirator voor én deelgenoot van bent, lieve man.
Dikke dankbare knuffel, René
*
Lieve schrijfvriend René,
Dank voor je intense brief. Stof tot nadenken, terwijl ik op zolder aan het stofzuigen ben. Er moet weer van alles worden opgeruimd. Over opnieuw, opnieuw beginnen gesproken. Ik vraag me af in hoeverre en hoe vaak ik zelf opnieuw begonnen ben, toch wel een aantal keren.
Het begon op mijn twaalfde toen we gingen verhuizen van Schoordam naar Groet. Ik had in het oude huis een fijne eigen kamer met een schuin dak en een geheime plek achter in de vaste kast. Daar bewaarde ik mijn schatten.
In Groet kreeg ik ook een eigen kamer, ook weer met een schuin dak, maar dit keer met een knik erin. Een gebroken dak werd dat genoemd. Mijn kamer had zelfs een wasbak, weliswaar alleen koud water, maar toch een hele vooruitgang. Ik richtte de kamer in met wat nieuwe spullen. Zo had ik gespaard voor een ‘zithoek’, een rotan stoeltje met een bijpassend rotan tafeltje. Het voelde voor mij erg volwassen.
Een aantal jaren later verhuisde ik naar Almelo alwaar ik een opleiding ging volgen voor etaleur/decorateur. De eerste maanden logeerde ik bij Mevrouw Boelaars-Van Dam. Ik kreeg een plek in het stapelbed bij zoon Marcel. Ik kwam daar terecht omdat ik van een andere zoon, die ik kende uit het Koffiehuis in Alkmaar, het adres had gekregen. Vraag maar aan mijn moeder of je een fiets kunt lenen, dan kun je op zoek naar een kamer. Het was de tijd van bordjes met ‘Kamer te huur’. Ik maakte kennis met mevrouw Boelaars en de familie, en er werd gezegd: Waarom kom je niet hier een tijdje wonen?’ Ik zou dan als ik op eenmaal op school zat, gemakkelijker aan een kamer kunnen komen. Zo is het ook gegaan. Kun je je voorstellen. Een jongen van zeventien die in zijn eentje naar Almelo reist met de trein, op zoek naar een kamer.
De maanden bij de familie Boelaars waren erg gezellig, en hoewel ik geen eigen kamer had, vond ik het toch moeilijk om te vertrekken. Maar dat deed ik wel. Ik huurde een kamer bij de weduwe Nieuwenhuis. Een eigen kamer. Mijn ouders kwamen mijn spullen brengen, mijn kleding en mijn ‘zithoek’. Bij het grofvuil vond ik een kleine tafel die als bureau kon dienen. Ik leende een stoel van mevrouw Nieuwenhuis, maar enkele weken later vond ik, alweer bij het grofvuil, een houten keukenstoel die ik groen verfde (net als de tafelpoten). Ik had één probleem, de gordijnen die er hingen waren in één woord afschuwelijk. Ik vouwde ze netjes op en gaf ze aan mijn hospita. ‘Wilt u ze bewaren, voor als ik over twee jaar weer vertrek?’ Ik kocht oranje stof op de markt en naaide met de hand, ik had immers geen naaimachine, mijn nieuwe eigen gordijnen. Ze gaven de kamer een zonnig uiterlijk.
Dat was mijn tweede keer van opnieuw, opnieuw beginnen. En als ik er over nadenk, dan volgden er nog vele keren meer.
Ik groet je lieve penvriend, volgens mij heb jij ook heel wat verhuizingen achter de rug. Toch?
Warme groet,
Jan-Simon.

Jan-Simon Minkema en René Roza
Samen hebben zij op de vijftiende van de maand hun eigen item. Zij ZIEN namelijk van alles, maar hebben allebei hun eigen blik op de wereld. De briefwisseling die hieruit voorkomt is elke maand te lezen hier bij ZIEN. Ze zijn dan wel beide 70+, maar nog lang niet uitgeschreven.

Reactie plaatsen
Reacties
Wat prachtig om te lezen. Herinner me dat ik spaarde voor een rotan kuipje, kostte fl. 16,---
Met belangstelling de brieven
gelezen. Hopelijk volgen er nog velen.
Dank, dat u mij toelaat !